De Kennistest: PDL
Vraag 1.
Een bedrijf betaalt de overeengekomen vergoeding voor werkzaamheden die voor dit bedrijf zijn verricht. Wat is juist?
Over deze vergoeding ontstaat een loonheffingschuld die bij de uitbetaling op de uitbetaling moet worden ingehouden en daarna aan de belastingdienst moet worden afgedragen.
Over deze vergoeding ontstaat een loonheffingschuld die niet mag worden ingehouden omdat het gaat om een eindheffingbestanddeel, maar die wel door het bedrijf aan de belastingdienst moet worden afgedragen.
Deze vergoeding is alleen belast met loonheffing als de werkzaamheden voortvloeiden uit een arbeidsovereenkomst.
Deze vergoeding is alleen belast als zij voortvloeiden uit een dienstbetrekking.
Vraag 2.
Om op zijn werk te komen moet een werknemer dagelijks gebruik maken van een toltunnel. De volledige kosten daarvan worden door zijn werkgever op de rekening van de werknemer bijgeschreven. Wat is juist?
Deze vergoeding is onbelast voor de loonheffing.
De loonheffing die over deze vergoeding moet worden betaald komt voor rekening van de werkgever.
De vergoeding is weliswaar belast maar blijft buiten de loonheffing omdat het gaat om een eindheffingbestanddeel.
Omdat de vergoeding volledig wordt betaald aan de werknemer gaat het om een netto voordeel dat moet worden gebruteerd ter berekening van de in te houden loonheffing.
Vraag 3.
Naast de verplichte vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekering die werknemers over hun loon moeten betalen, vergoedt een werkgever bovendien de nominale premie die zijn werknemers aan de Zorgverzekeraar moeten betalen. Wat is juist?
De vergoeding van de nominale premie is onbelast omdat de betaling ervan wordt aangemerkt als de verstrekking van een onbelaste aanspraak.
De vergoeding van de nominale premie is belast maar de loonheffing komt voor rekening van de werkgever omdat het gaat om loon met een bestemmingskarakter.
De vergoeding van de nominale premie is onbelast omdat het, in tegenstelling tot de vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage, gaat om een onverplichte betaling.
De vergoeding van de nominale premie is belast voor de loonheffing die moet worden ingehouden op het loon.
Vraag 4.
Buitenlandse belastingplichtigen hebben geen recht op aftrek van persoonsgebonden uitgaven. Dit is..
Juist.
Onjuist.
Juist, tenzij zij gebruik gemaakt hebben van de keuzemogelijkheid om behandeld te worden als binnenlands belastingplichtige.
Juist, tenzij zij de nationaliteit hebben van een van de EU/EER-lidstaten.
Vraag 5.
Als een in het buitenland –verdragsland- wonende werknemer minder dan 183 dagen in Nederland werkt, dan is hij belastingplichtig in het woonland. Dit is..
Juist, als een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is.
Onjuist, hij is altijd belastingplichtig in het werkland.
Juist, als een verdrag geen oplossing biedt dan is de Eenzijdige Regeling van toepassing.
Onjuist, tenzij het loon betaalt wordt door een werkgever die geen inwoner van Nederland is en de beloning niet ten laste komt van de vaste inrichting van die werkgever in Nederland.
Vraag 6.
Frederik van Eeden is na zijn afstuderen als werktuigbouwkundige gaan werken bij Mammoet BV op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Nadat het contract tweemaal is verlengd, besluit Frederik een reis naar de VS te maken. Als Frederik na vier maanden terugkeert, treedt hij opnieuw in dienst bij Mammoet BV en wel op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van vier jaar. Wat is juist?
De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege.
De arbeidsovereenkomst eindigt niet van rechtswege; voor opzegging is echter geen toestemming ex art. 6 BBA vereist.
De arbeidsovereenkomst eindigt niet van rechtswege, tenzij partijen dit in de arbeidsovereenkomst hebben afgesproken.
Geen van de alternatieven is juist.
Vraag 7.
Henk is per 1 januari 2002 werkzaam als inpakker bij Bakkersbedrijf Lekkerkerk BV. Hij constateert na verloop van tijd dat hij een lager salaris ontvangt dan het salaris waarop hij ingevolge de per 1 januari 2002 geldende - en per 1 mei 2002 algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit de Bakkers-CAO recht - heeft. De looptijd van deze CAO eindigt op 31 december 2003. Een nieuwe CAO wordt pas in januari 2004 afgesloten en per 1 mei van dat jaar algemeen verbindend verklaard. Henk noch Lekkerkerk BV zijn lid van een CAO-partij. De CAO is niet in de individuele arbeidsovereenkomst van toepassing verklaard. Wat is juist?
Henk heeft van 1 januari 2002 t/m 31december 2004 recht op het CAO-loon.
Henk heeft van 1 mei 2002 t/m 31 december 2003 recht op het CAO-loon.
Henk heeft van 1 mei 2002 t/m 1 mei 2004 (in verband met de ‘nawerking’ van een CAO) recht op het CAO-loon.
Henk heeft van 1 januari 2002 t/m 1 mei 2004 (in verband met de ‘nawerking’ van een CAO) recht op het CAO-loon.
Vraag 8.
Ondernemer Z heeft na een controle door de Belastingdienst naheffingsaanslagen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen ontvangen. De dagtekening is 21 januari 2006. Met de aanslagen is hij het gedeeltelijk niet eens. Dit heeft hij ook tijdens de controle al aan de controlemedewerker kenbaar gemaakt. Het gaat daarbij om een bedrag van € 50.000. De resterende € 25.000 is terecht opgelegd. Als gevolg van brand in de onderneming verzendt hij zijn bezwaarschrift pas op 15 maart 2006. Wat zal er met het bezwaarschrift gebeuren?
Het bezwaar is na de 6 wekentermijn ingeleverd en wordt daarom afgewezen (niet ontvankelijk verklaard).
Het bezwaar wordt ambtshalve behandeld waarbij de inspecteur mogelijk Ondernemer Z nog gelijk geeft.
Door de bijzondere omstandigheid van de brand kan Z verzoeken om verlenging van de 6 wekentermijn en is het bezwaarschrift toch nog ontvankelijk.
Z had tijdens de controle maar duidelijk moeten zijn tegen de controlemedewerker. Hij is per definitie al te laat.
Vraag 9.
Omdat de WIA per 29 december 2005 is ingevoerd, kan een verzekerde die meer dan 35% arbeidsongeschikt is ook pas een uitkering op grond van de WIA ontvangen nadat hij ná 29 december 2005 voldaan heeft aan de wachttijd van 104 weken. De eerste WIA-uitkering wordt dus op zijn vroegst op 29 december 2007 verstrekt. Deze stelling is:
Juist.
Onjuist, want niet bekend is welke mate van arbeidsongeschiktheid de verzekerde heeft.
Onjuist, want mogelijk komt de verzekerde in aanmerking voor een ZW-uitkering.
Onjuist, want de wachttijdtelling begint al op 1 januari 2004.